Zondagsuitje

Door: Wil

Blijf op de hoogte en volg WHM

24 Juni 2019 | Indonesië, Jogjakarta

Ik buk toch alleen maar even om mijn sandalen uit te trekken! Het volgende moment ben ik volledig doorweekt. De vloed komt hier toch wat sneller op dan ik gewend ben. We zijn nog geen 5 seconden op het strand! Naast me staat Indra het water uit zijn haren te schudden. We kregen een enorme golf over ons heen. En hij stond naar het water te kijken, hij zag hem aankomen! Ik ben in elk geval niet de enige sufferd.

Arif en zijn zoon Indra hebben me vanmorgen om 9 uur opgepikt voor een zondaguitje. We rijden eerst naar AMPTA waar Widard ons opwacht met het bedrijfsbusje. Na een ererondje door die hele smalle straatjes in de wijk - Arif heeft zijn telefoon in zijn auto laten liggen - wordt besloten dat we naar het strand gaan en naar een tempel. Ik vind alles best, zo lang ik vandaag maar niet in het hotel hoef te zijn.

Dit voelt als een ‘mission of mercy’. Ik heb het deze keer toch wat moeilijker dan vorige jaren. Ondanks de lol die we samen hebben, zit er weinig vooruitgang in het programma. Mijn collega’s zijn net kikkers, vooral zaterdag, tijdens de bijeenkomst met de alumni, is het raak. Ze moeten voortdurend ‘even’ weg en komen dan urenlang niet terug. Wawan, die de dag zou openen, is nergens te bekennen. Uiteindelijk doet Arif het, ruim een halfuur te laat. Ik heb een programmaatje bedacht om de alumni aan het praten te krijgen. Vervolgens gaat Arif de uitleg van mijn instructies nog even dunnetjes overdoen en plotseling begint iedereen te lopen. Kennelijk zei hij toch wat anders dan ik. Als iedereen weer op dezelfde lijn zit maar nu in groepjes bijeen, blijken de flipovervellen en de stiften verdwenen. Tijdens de presentaties verdwijnen de docenten – voor wie de presentaties bestemd zijn – om met luide stem op de gang te gaan vergaderen. Ik haal ze weer binnen met een heel klein beetje stoom poppend uit mijn oren. Vergaderen doen ze maar in hun eigen tijd. De alumni vinden gelukkig alles wat ik voor ze bedacht heb prachtig en storten zich er vol overgave op. Maar ik voel me een beetje uitgewoond tegen dat ik terug naar het hotel ga.

Een hotel kan nog zo leuk zijn, maar als je zo’n beetje de enige gast bent, voelt het al snel alsof je op een begraafplaats ronddoolt, vooral als ze ’s avonds maar een kwart van de normale verlichting aandoen. Alleen Ibu Wil komt eten, nietwaar. Die heeft niet zoveel licht nodig. Het vliegt me aan. Ik móet eruit. Eerst geld halen en dan een plaatselijk restaurant opzoeken. Een wandelingetje naar de ATM, 100 meter van het hotel, blijkt een zelfmoordmissie. Er is nergens trottoir, dus je loopt tussen het langsrazende verkeer en moet voortdurend uitwijken voor brommers die onverwacht stoppen of zonder kijken vlak voor je langs parkeerplaatsjes oprijden. En dan maar hopen dat je niet voor een aanstormende auto springt. Ik slaag erin mijn geld uit de muur te trekken, maar geef het plan een restaurant ergens buiten de deur te zoeken op. Ik heb heimwee, geen zelfmoordneigingen.

“You get fuckin cabin fever here” zegt de Nieuw-Zeelander die net heeft ingecheckt als ik weer binnenloop mét geld maar zonder illusies. Hij is zichtbaar opgelucht dat hij niet alleen naar die donkere bar hoeft. Hij weet niet half hoezeer hij op zijn beurt mij redt. Het is lang geleden dat ik me letterlijk ziek voelde van heimwee.

Even naar het strand blijkt drie en een half uur rijden. Het verkeer is moordend. De toeristenbussen rijden in colonnes. Daartussendoor schieten de brommers en proberen personenwagens hun stukje van de weg op te eisen met waanzinnige inhaalacties. Widard oogt uiterst ontspannen. Ik heb nooit het gevoel dat hij onnodige risico’s neemt, en toch jojoen ook wij voortdurend door het verkeer heen. Arif heeft zijn mp3speler met zijn favoriete popmuziek uit de jaren 60 en 70 ingeplugd en brult vol overgave mee. Zolang er maar met veel pathos over LOVE gezongen wordt, brullen we in duet. En Widard voegt een enkele keer de derde stem toe. Zeventienjarige Indra hoort het een tijdje zwijgend aan, met een gezicht waar weinig bewondering van af druipt, doet dan zijn oortjes in en hoort er voorlopig niet meer bij. Arif had hem mee genomen om te tolken, maar dat gaat nú even niet lukken.

We rijden door tunnels van reclame, links rechts, boven ons hoofd, overal banners, ontzettend veel en met ontzettend veel tekst, het verkeer raast eraan voorbij. Het ziet er bij deze snelheid uit als een wat overdadige, veelkleurige versiering. Geen schijn van kans dat je de individuele uitingen onderscheidt, tenzij je even moet stilstaan. Ik zit me net af te vragen hoe mensen kans zien die dingen op te hangen terwijl het verkeer hier 24 uur per dag voorbij blijft razen, als we in een opstopping verzeild raken, net onder een banner met twee booskijkende brommerrijders, geflankeerd door veel tekst waar de kreet 99% refund uitspringt. Wààr krijg je 99% van je geld voor terug? Moet ik het ook gaan kopen? Niemand blijkt het te begrijpen. Een mooie case voor marketing research, lijkt me: meet de effectiviteit van reclameuitingen langs de weg.

Het is tegen half 1 als we vanuit de file een parkeerplaats opgeleid worden door een aantal zwaaiende jongens die er interessante ideeën over logistiek op nahouden. Sommige auto’s worden zo ingebouwd dat de eigenaren wel kunnen vergeten dat ze vroeg naar huis kunnen. Widard heeft duidelijk eerder met dat bijltje gehakt en negeert ze vriendelijk knikkend en glimlachend op weg naar een beter plekje. Zo te zien kan er niets meer bij op de parkeerplaats, maar de eindeloze stroom bussen en personenauto’s die na ons blijven komen, kunnen maar één kant op. En dus wordt de file steeds groter. Brommers worden mee het strand opgenomen.

Het is me al snel duidelijk waarom de parkeerjongens verkeer blijven toelaten. Het stuk strand open voor het publiek is helemaal niet zo groot, en wordt met de opkomende vloed in rap tempo kleiner. Parasols, strandstoelen, picknickkleden alles ligt naadloos tegen elkaar aangeperst. In en langs het water spelen geheel geklede kinderen met hun geheel geklede nannies en vaders. Wij vallen dus niet op in onze natte staat. We gaan op weg naar het uitkijkpunt over de nauwe strook zand die 5 seconden geleden nog rul was, maar nu volledig is opgeëist door het opkomende water. De moeders zitten in de strook wat hoger gelegen onder parasols en hebben het heel gezellig met elkaar. Die zullen zo ook wel nat worden. Het allerlaatste strookje ruimte is voor de jongeren en hun brommers, heel erg veel jongeren en heel erg veel brommers. Ieder groepje zijn eigen gettoblaster. Overal ligt troep. Overal is herrie. Je kunt kiezen tussen meteen weer rechtsomkeer maken, of eerst naar het uitzichtpunt voor de noodzakelijke selfies en dan terug. Niemand houdt het hier langer dan een halfuur uit. Er is dan ook een eindeloze stroom verkeer in tegengestelde richting op gang gekomen, dus er ontstaat steeds weer nieuwe ruimte op de parkeerplaats.

Arif heeft overal om gedacht. Hij heeft hoedjes en petjes, slippers, zonnebrandolie en een parasol bij zich. Ik aanvaard zonnebrandolie en een hoedje. Ik heb geen handen genoeg om ook nog parasols en slippers te hanteren. Indra zet zijn bontmuts op, want 26 graden is echt heel erg koud. Boven op het uitkijkpunt aangekomen verlies ik onmiddellijk mijn hoed aan een windvlaag. Maar ridder Indra weet hoe je delegeert. Hij heeft binnen de kortste keren een stel tieners zo ver dat ze over de rotsen klimmen om mijn hoed te redden. Die jongen komt er wel! De verdere tocht is de hoed met de stormband om mijn hoofd gemetseld. Geen porem maar wel effectief.

Dankzij de vooruitziende blik van Widard zijn wij na de verplichte selfies in 5 minuten de parkeerplaats weer af. Anderen doen daar wat langer over. We gaan nu naar een nog kleiner stukje strand, waar je alleen kan komen door over de vissersboten te klimmen. Aan dat stukje strand is landinwaarts de vismarkt. Rondom de vismarkt is een bloeiende industrie ontstaan van kermisattracties, souvenir rommel en eettentjes. De parkeerplaats ligt ertussen. Zelfde drukte, zelfde klereherrie. Alles is speelgoed, blijkt. Arif wijst op een bak krabbetjes met geverfde schildjes. Die koop je om wedstrijdjes mee te houden! In het restaurant, een serie lange tafels met banken eromheen, neemt de serveerster uitgebreid de tijd om met Arif over prijs en content te onderhandelen. Ze komt er gezellig voor bij aan tafel zitten. Het resultaat is een fantastische vismaaltijd. Alleen die vis maakt het al de moeite waard hier te komen. Maar ik amuseer me uitstekend.

Na de vis is het tijd voor de tempel. Het blijkt een kleine hindoetempel, overzichtelijk bestaand uit slechts 5 bouwwerkjes. Net als bij al die gebouwen uit een ver verleden, zijn de treden van de trappen bijna onneembaar hoog. Ik heb altijd houvast nodig. Maar voor me loopt een vrouw met één been en alleen een stok ter ondersteuning. Met haar vrije hand ondersteunt ze een kind van een jaar of 3. En die twee komen omhoog! Hoe dóen ze dat? Ik blijf er vol respect achter lopen, maar ik ben wel de enige.

Arif vertelt me blozend en geagiteerd dat deze tempel is gewijd aan de lingam en de yoni: de penis en de vulva. Symboliek en positie van de beelden zijn glashelder, maar hij twijfelt toch of ik het wel echt begrijp, dus hij probeert het voor me te visualiseren. Ik verlos hem maar snel uit zijn lijden, al is het wel even heel amusant. Ook hier de chaos op de parkeerplaats en een duizendkoppig publiek dat zich niets aantrekt van het verbod om op de tempels te klimmen. Je maakt nergens zulke gisse selfies als juist bovenop die tempels, nietwaar.

De laatste stop is een soort van hoge rotspunt in het landschap Tebin Breksi, waarop je kunt klimmen en selfies maken bij zonsondergang. De zon is al aardig aan het zakken als wij aankomen en ik hoef niet zo nodig die klif op voor een selfie, tot opluchting van de heren. Als wij vertrekken is de zon bijna onder maar er komen nog tientallen bussen de parkeerplaats oprijden om het feest mee te maken.

Als we weer op de weg zitten, begint de oproep tot het avondgebed. De muezzins hier kunnen zingen. Prachtige stemmen stuk voor stuk. Ik zet de radio er voor uit. De moskeeën houden allemaal hun eigen tijd aan, dus in een tijdspanne van een halfuur tot drie kwartier hoor je een voortdurend aanzwellend en afnemend koor van willekeurig invallende en verdwijnende stemmen. Het is van een adembenemende schoonheid, vooral in combinatie met het invallende duister.

Dan is het weer tijd voor de BeeGees en ‘How deep is your love’. Om 8 uur word ik in het hotel afgeleverd, waar het weer een soort van spookachtig donker is. Maar nu kan ik er weer helemaal tegen.

  • 25 Juni 2019 - 05:49

    Hans Nijhuis:

    Beste Wil,

    Je maakt nogal wat mee!
    Heb je verhalen met veel plezier gelezen.
    Mooi dat je je zo inzet voor mensen die het heel wat minder goed hebben dan wij.
    Ik heb daar veel waardering voor.
    Pas geleden dacht ik nog: Hé, Wil, leef je nog?
    Ja, dus, en hoe!
    Heel toevallig heb ik net een boek uitgebracht onder de titel "Advocaatje leef je nog?"
    Ach wat, toeval bestaat niet...

    Hartelijke groeten,

    Hans


  • 25 Juni 2019 - 11:32

    Loek Van Koningsbrugge:

    Hoi Wil

    Dank voor dit nieuwe leuke reisverslag.
    Wij waren vorig jaar in Indonesië, en hebben een toer over Java en Bali gemaakt.
    Helaas was mijn ex collega Ruud Corbet enige maanden daarvoor plotseling overleden.
    Gelukkig kon zijn vrouw Lily ons bezoeken in het hotel, en dat bood wat troost voor iedereen.
    Wat ons ook opviel was dat behalve de genadeloze warmte, er zoveel vuil op straat ligt.
    De jeugd daar heeft maar twee wensen voor de toekomst, een brommer/scooter en een gaaf mobieltje.
    Misschien dat dit verklaard waarom ze zo roekeloos in het verkeer zijn.
    Maar ja, ik was vroeger, denk ik, geen haar beter.
    Wij hebben ons in ieder geval geen moment verveeld, door alleen maar te kijken naar het verkeer.
    Hopelijk heb je verder een fijn verblijf daar en fijne herinneringen.
    Als je weer terug bent, kunnen we misschien eens ervaringen uitwisselen, en elkaars foto's bekijken.

    Vriendelijke groetjes, Loek en Eef.

  • 28 Juni 2019 - 14:07

    Henny:

    Hoi Wil,
    Met interesse en plezier je verslag gelezen. Je houdt de moed er aardig in, dat blijkt wel uit je schrijfstijl.
    Jammer dat onze bijeenkomsten in het kader van de ASS, HWS en BE uit de tijd zijn, dat bezorgt mij heimwee.
    Succes, Henny

  • 01 Juli 2019 - 10:37

    Elly:

    Hoi Wil, Dit jaar boek ik toch maar niet voor Yogya, denk ik. Te druk lijkt me hahaha.
    Wij zijn net terug uit Oostenrijk [1e keer]. Stuk rustiger daar.
    Liefs en blijven schrijven. De stukjes over je training zijn ZO herkenbaar. Liefs Elly

Reageer op dit reisverslag

Je kunt nu ook Smileys gebruiken. Via de toolbar, toetsenbord of door eerst : te typen en dan een woord bijvoorbeeld :smiley

WHM

gezicht 2022

Actief sinds 04 Sept. 2006
Verslag gelezen: 351
Totaal aantal bezoekers 136991

Voorgaande reizen:

21 Juni 2019 - 21 Juni 2019

PUM missies in Yogyakarta

04 November 2015 - 27 November 2015

Trouble in Paradise

07 Mei 2012 - 26 Mei 2012

Mijn eerste reis

Landen bezocht: